U bevindt zich hier: Startpagina » Fotoalbum » Straat L » Loseweg

Loseweg

Loseweg
Loseweg Hoek Zwolseweg.
Loseweg
Loseweg 1958. Hoek Langeweg Avondvierdaagse.
Loseweg
Loseweg 1960. Kruising Zwolseweg. Foto: J.W. Bergman.
Loseweg
Loseweg 1964. Kruising Zwolseweg. Foto: J.W. Bergman.
Loseweg
Loseweg 1993. Kruising Zwolseweg. Foto: J.W. Bergman.
Loseweg
Loseweg Ter hoogte van Koningstraat. Foto: J.W. Bergman.
Loseweg
Loseweg Zorgcentrum Berghorst. Foto: J.W. Bergman.
Loseweg
Loseweg Zorgcentrum Berghorst. Foto: J.W. Bergman.
Loseweg
Loseweg Prinses Julianaschool.
Loseweg
Loseweg Prinses Julianaschool.
Loseweg
Loseweg Richting Koninginnelaan.
Loseweg
Loseweg Richting Langeweg.
Loseweg
Loseweg Bakker J. Oosterink voor de beschuitbakkerij "De Nijverheid", tevens brood koek en banket.
Loseweg
Loseweg Onafhankelijkheidsfeesten 29-08-1913.
Loseweg
Loseweg
Loseweg
Loseweg
Loseweg 55
Loseweg 55 rond 1900. Hiier woonde toen de schrijfster Wilma Vermaat, zie ook bijgaande tekst, en later was hier de ijsfabriek / ijssalon van de fam Diderick of Diederick, deze is bij vele mensen bekend, mischien zijn hier ook nog wel foto's van maar die hebben wij nog niet gevonden. Fam Martin van der Weijden

WILMA VERMAAT IN OOSTERHUIZEN

In Zetten, waar ze in 1873 geboren was als dochter van een leraar aan het Eerste Christelijke Gymnasium, maakte Wilma Vermaat moeilijke tijden door. Haar strenge, orthodox-christelijke opvoeding gaf haar van haar vroegste jeugd af de overtuiging dat ze later nooit zou kunnen voldoen aan wat God van haar verlangde. Dit besef hield haar dagelijks diepgaand bezig. Ze werd gekweld door afschuwelijke angsten. Haar jeugd werd er voor een groot deel door vergald. ‘Tot over mijn dertigste heb ik niet anders gedaan dan trachten aan het leven te ontkomen,’ schrijft ze in haar biografie. ‘Er werkten in mij raadselachtige dingen mee in mijn fysiek en psychisch leven, die toenmaals niet herkend werden’. Tijdens haar opleiding tot onderwijzeres weigerde ze plotseling alle voedsel. In een Arnhems ziekenhuis wist men haar nog net op tijd van de dood te redden. Ook later zweefde ze nog enkele keren op de rand van de dood. ‘Ik werd het wonder van Zetten genoemd,’ zei ze.
De rampen in haar leven volgden elkaar snel op. Haar moeder (40) en haar zuster (24) stierven beiden aan t.b.; Wilma herstelde van de ziekte. Haar vader, die deze tegenslagen niet kon verwerken, nam ontslag (zonder pensioen) wegens totale overwerktheid.
In het jaar 1900 verhuisde hij met zijn drie dochters en een zoon naar de Loseweg 55 in Apeldoorn. Hij ging privéles geven. Hoewel Wilma er lichamelijk nauwelijks toe in staat was, ging ze werken bij de firma Wegerif in de Kalverstraat, een bedrijf waar allerlei stoffen bedrukt werden. Ze hield het niet lang vol. Ze werd weer ziek. Een paar jaar later nam ze een baan aan als onderwijzeres in Kootwijk. Het duurde drie maanden; ze was blij dat ze er mee moest ophouden.
Intussen was ze begonnen te schrijven. In 1908 verscheen haar eerste boek De Profundis, dat in protestants-christelijke kringen de aandacht trok. Om de twee, drie jaar verscheen er toen een boek van haar, alle ingegeven door haar diepgewortelde Godsbesef. Hoewel het meer getuigenissen waren dan romans, bereikte ze er zoveel lezers mee dat ze van de opbrengst kon leven.
In 1923 kocht ze in de buurtschap Oosterhuizen onder Beekbergen ee stukje grond ‘tussen twee heuvels’ en liet er zich een houten werkhuisje op zetten. (Nog aanwezig, hoewel vernieuwd). Vier dagenper week ging ze er heen om te schrijven. In 1925 bouwde een bevriende architect (Cees de Haas) er een huis bij, dat ze ‘Neumshutte’ (hut van ‘n eum=oom) noemde.

Willemina (Wilma) Vermaat (Zetten 14 mei 1873 - Blaricum 20 maart 1967) was een Nederlandse schrijfster met een duidelijke sterk christelijke signatuur die een groot deel van haar leven in Beekbergen heeft gewoond en daar ook begraven is. Ze publiceerde onder de 'nom de plume' van Wilma. Zij debuteerde in 1907 met het verhaal 'Oude vrijster', in Ons Tijdschrift.

Haar moeder overleed toen zij elf jaar was, en zij werd opgevoed door een zeer gelovige tante. Haar vader was leraar maar nogal van het gezin vervreemd. Haar neef dr. J.H. Gerretsen, hofpredikant, ging de doopdienst van Juliana voor. Ze deed kweekschool en ging in Apeldoorn in het onderwijs werken, maar raakte echter rond haar twintigste in een persoonlijke psychische en ook lichamelijke crisis. Hiervan hersteld, raakte zij tijdens de Eerste Wereldoorlog betrokken bij groepen die hulp verleenden aan oorlogsslachtoffers en vluchtelingen. Ze sloot zich aan bij de pacifistische beweging onder leiding van Kees Boeke. Samen met twee zusters ging ze in de jaren twintig in een huis in de bossen bij Beekbergen wonen, de Neumshutte. Ze was een productief schrijfster met een vast eigen publiek, dat ze in de loop der jaren bediende met meer dan veertig romans en novellen. Ze was bevriend met mensen als Willem de Mérode, Roel Houwink, H.M. van Randwijk, Bert Bakker en Klaas Heeroma.

Haar centrale thema als schrijfster is wel eens 'het pijnlijk raadsel van het lijden' genoemd. Zij bracht haar persoonlijke overtuigingen ook nadrukkelijk zelf in de praktijk.

Anekdote: Zij sprak nimmer een onwaarheid, en toen in de oorlog de Duitsers aan haar deur klopten en haar vroegen of zij ook onderduikers had, antwoordde zij hierop dan ook naar waarheid met "ja"; de Duitsers dachten echter dat ze voor het lapje werden gehouden en vertrokken weer.

Bij haar begrafenis was dominee J.J. Buskes aanwezig. In Beekbergen is een straat naar haar genoemd, de Wilmalaan.

Loseweg

Loseweg
Loseweg
Loseweg
Loseweg
Loseweg
Loseweg