U bevindt zich hier: Startpagina » Publicaties » Verhalen van vroeger

Verhalen van vroeger

Boekwinkel van Jan & Marianna

Een advertentie uit de oorlogsdagen.

Eric van der Wal (68) woont in Bunschoten en is Apeldoorner van geboorte. Zijn ouders hadden rond de oorlogsjaren een boekwinkel aan de Asselsestraat. Hij zette de geschreven levensloop van zijn ouders in de computer en zorgde ervoor dat de leden van de Vereniging Oud Apeldoorn niet onwetend blijven over het leven en werken van Jan en Marianna van der Wal.

EEN BLIK IN HET VERLEDEN


De boekwinkel van Jan & Marianna aan de Asselschestraat

door Eric van der Wal

Enkele weken geleden, op een regenachtige dag, waren wij op zolder een beetje aan het rommelen. Wat wij zochten weet ik nu niet meer precies, maar zoals wel vaker gebeurt, vonden wij in een oude koffer een aantal foto’s en krantenknipsels van de begintijd van onze ouders. Het betrof de boekwinkel die zij in Apeldoorn in juli 1939 hebben geopend. De verschillende foto’s en advertenties geven ons een blik in het verleden, dat zo toch weer even tot leven komt.

Jan van der Wal en Marianna Brugman leerden elkaar kennen in 1938 toen zij allebei werkzaam waren bij boekhandel Ten Have in de Kalverstraat in Amsterdam. Er groeide tussen die twee snel een liefdesband; een band die 53 jaar zou blijven bestaan. Nadat Jan nog een tijdje ervaring opdeed bij boekhandel Bol in Rotterdam werd in 1939 besloten om zelf een boekhandel te openen. Jan & Marianna kozen Apeldoorn, een plaats die zij kenden omdat ze daar alle twee familie hadden en zij zich daar thuis voelden.

Asselsestraat 94
Asselsestraat 94 Ongeveer 1939-1940. Van der Wal's Boek- en Kunsthandel. De boekwinkel stond ter hoogte van de huidige Wilhelmina Druckerstraat.


Eigen winkel
In juli 1939 is het zover: de grote opening van hun eigen bedrijf, gevestigd aan de Asselschestraat nr. 94. Uitnodigingen werden verstuurd en de lokale krant schreef een leuk artikel over de opening. Getrouwd waren ze nog niet, dus Marianna trok in bij een tante die even verderop aan de Asselschestraat woonde. Jan betrok de woning boven de winkel.

Krantenartikel opening winkel
Krantenartikel opening winkel


Als wij nu, na al die jaren, terugkijken naar die paar flarden papier wordt één ding onmiddellijk duidelijk: Jan & Marianna wilden met veel fanfare beginnen. Dit werd geen gewone boekhandel. De promotie van kunst werd een belangrijk onderdeel van de zaak. Het idee om een kunstexpositie te houden ter gelegenheid van de opening trok dan ook de aandacht van de lokale krant – duidelijk een pientere reclamestunt. Die eerste expositie was van kunstwerken van de schilder Arnout Colnot, een lid van de Bergense School. Geen Rembrandt, maar toch een zeer verdienstelijke schilder.
Felicitaties van de buren laten zien dat zij ook de buurt bij die opening betrokken. Dat de relatie met de buren goed bleef, bewijzen latere briefjes zoals het briefje van meneer Meijer (van ijzerhandel Meijer) voor de 5e verjaardag van de winkel in 1944.

Asselsestraat 94
Asselsestraat 94 Ongeveer 1939-1940. Van der Wal's Boek- en Kunsthandel. Een foto van het interieur.


Kunst
Behalve de boek- en kunsthandel had de zaak natuurlijk ook een grote leesbibliotheek; dat was vrij gewoon in die dagen, toen de openbare bibliotheek nog niet zo toegankelijk was. De meeste mensen in die tijd hadden weinig geld voor de aanschaf van boeken, maar gelezen werd er enorm veel! Van die bibliotheek hebben wij, de kinderen, later nog veel plezier gehad. Lang nadat de winkel weg was, genoten wij nog ’s winters van de vele verhalen uit, in bruin papier gekafte, boeken.

De trouwfoto, gemaakt op de stoep van het gemeentehuis in Apeldoorn.
Advertentie
Advertentie


Op 16 april 1940 zijn mijn ouders getrouwd. Na een uitstapje van één dag naar Nijmegen waren zij snel terug in Apeldoorn. De winkel kon niet te lang gesloten zijn. Vanaf dat moment kwam Marianna ook boven de winkel wonen.
Het waren donkere dagen in die tijd, vlak voor de oorlog. In augustus 1939 was de mobilisatie begonnen. Apeldoorn speelde een belangrijke rol als een van de centrale plaatsen op de Grebbelinie. Het is moeilijk om door de mist van die tijd nog een goed gevoel te krijgen over het Apeldoorn van die dagen. Maar wat uit de foto’s en krantenknipsels wel naar voren komt, is dat men probeerde door alle angst heen toch gewoon door te gaan.

Duitse aanval
Drie weken na hun huwelijk was het dan zover: de Duitse aanval begon in de nacht van 9 op 10 mei 1940. Ondanks de mobilisatie moet het toch nog als een schok zijn gekomen. Na de capitulatie leek het leven snel weer normaal verder te gaan, tenminste in het begin. Jan & Marianna’s zaak ging dan ook gewoon door.
Bij het doorbladeren van kranten uit die tijd bleek dat ‘Van der Wal’s Boekhandel’ een actieve gebruiker was van reclames. Hun motto “Wij brengen de wereld in uw huis” (getekend door tekenaar, boekillustrator en familielid Henri Janze) verscheen bijna iedere week in de lokale krant. Er waren niet alleen advertenties voor boeken, maar ook advertenties voor ansichtkaarten, kerkboeken, toegangskaartjes voor orkesten in de Grote Kerk en zelfs een advertentie voor verduisteringsgordijnen. Hieruit bleek dat mijn vader en moeder hun idee van een boekhandel breed opvatten.
Behalve de advertenties voor artikelen zien wij keer op keer advertenties voor personeel. Zij vragen ‘loopjongens’, ‘een net winkelmeisje’ en wat later ‘een energieke kracht met tekentalent’ voor het reclamebureau; kennelijk een nieuwe aanvulling van de zaak. Ze waren niet de enigen die naar goed personeel zochten; al de winkels in die tijd leken veel tijd te besteden aan het zoeken naar werkkrachten.
De foto’s van de winkel zelf geven een idee van zowel orde als wanorde. De etalage was duidelijk een aandachtstrekker, zoals een berichtje in de krant uit die tijd al zegt: Van der Wal’s etalages waren ‘gezellig’ met ‘fleurig opgestelde boeken en aantrekkelijke reclames’ (zie artikel ‘De Gelaarsde Kat’ van onbekende datum bij C.E.J. v. B.). Jan & Marianna wisten de kunst van het etaleren goed te benutten.

Bibliotheek
In de bibliotheek liggen naast de met boeken gevulde planken ook overal stapels boeken, kranten, papieren en andere kantoorartikelen. Het ziet er op de foto’s een beetje slordig uit. Als je het zo ziet op die foto’s kun je het bijna ruiken: de muffe geur van papier, boeken en karton; een paradijs voor de boekenwurm.
In augustus 1941 werden Jan & Marianna verblijd met de geboorte van een zoon. Later, in 1943, werd nog een dochter geboren en in 1945 nog een zoon. De familie werd na de oorlog verder uitgebreid met nog een zoon en een dochter.
Terwijl de zaak goed liep, kwamen mijn ouders gedurende de eerste oorlogsjaren langzamerhand meer en meer in contact met ondergrondse zaken. Het begon, zoals bij de meeste goede Nederlanders, met een verborgen radio (in hun geval onder de trap), zodat zij naar Radio Oranje konden luisteren. Daarna kwamen zo af en toe onderduikers. Meestal Joodse mensen die voor korte tijd onderdak nodig hadden. Het verbergen van onderduikers in het huis was natuurlijk zeer gevaarlijk, vooral omdat het vlak boven de winkel gebeurde en bovendien in een drukke winkelstraat plaatsvond. Het schijnt dan ook dat Asselschestraat 94 een soort doorgangsadres werd, geen bergplaats van langdurige aard. Behalve hulp aan onderduikers werden er ook illegale krantjes en voedselbonnen verspreid via de winkel.
Wat er allemaal nog meer gebeurde weten wij, als kinderen, eigenlijk niet zo precies. Er werd na de oorlog niet veel over die zaken gesproken. Wat Jan & Marianna ook hebben gedaan, na de oorlog werd het afgedaan met: ‘Je moest toch iets doen, dat was je plicht.’ Wel weten wij dat er in die tijd vriendschappen ontstonden die zo diepgaand waren dat zij die later nooit zijn vergeten.

Foute boel
Zo kon het natuurlijk niet doorgaan. Een drukke winkel, een drukke straat, en al die illegale zaken. Misschien was het allemaal een beetje te veel, een beetje amateuristisch. Voor al die ondergrondse activiteiten bestond er geen opleiding.
Na een, goed aflopend, Duits onderzoek eind 1944 liep het omstreeks februari-maart 1945, met het einde van de oorlog in zicht, mis. ’s Morgens vroeg werd Jan van der Wal door de Gestapo uit bed gesleept. Gestapoleden, geassisteerd door een bekende en naar later bleek beruchte Apeldoornse politieman, pakten hem op en hij werd meegenomen. Later bleek ook dat Jan verraden was.
Toen de SS de winkel binnenviel kon het winkelmeisje gelukkig nog net een paar boeken in de etalage veranderen, zodat medewerkers uit de illegaliteit die langsliepen wisten dat het adres niet meer veilig was. Dat heeft misschien en hopelijk nog wel levens gered.

Alleen achter
Jan werd opgepakt en Marianna bleef alleen achter met twee jonge kinderen en ruim zeven maanden zwanger van de derde. Het moet voor beiden een verschrikkelijke tijd zijn geweest. Jan kwam in de cellen van de SS terecht en korte tijd later werd hij verplaatst naar Kamp Amersfoort. Marianna bleef alleen achter met het wrak van hun droom, bijna geen voedsel (het was tenslotte Hongerwinter) en twee jonge kinderen van 4 en 2 jaar oud. Zij heeft later vaak gezegd dat ze zonder de fantastische huisarts, dokter Vos, die schuin tegenover de winkel woonde, die laatste weken van de oorlog niet zou hebben overleefd. Hij kwam regelmatig langs om voedsel te brengen en was een geweldige steun. Ook diverse andere buren hebben het achtergebleven gezin toen goed geholpen.
Jan had eigenlijk nog geluk. Als men hem een paar weken later had opgepakt, had hij waarschijnlijk bij de Woeste Hoeve of het Kruisjesdal het leven verloren. Nu kwam hij via Kamp Amersfoort uiteindelijk aan het einde van de oorlog in het Oranje Hotel, de strafgevangenis te Scheveningen, terecht. Hij was één van de gevangenen die de Duitsers met zich meenamen naar het westen toen Kamp Amersfoort werd bevrijd. In mei 1945 is hij in Scheveningen vrijgelaten en uiteindelijk weer in Apeldoorn teruggekomen. Wij hebben pas jaren na de oorlog de officiële documenten kunnen vinden die inderdaad deze reis van Apeldoorn naar Amersfoort en vandaar naar Scheveningen bewezen. We hopen in de toekomst nog meer informatie te kunnen vinden.

Moeilijk
Na de oorlog hebben mijn ouders geprobeerd om de zaak weer op te bouwen. Jan had allerlei ideeën, hij was een echte idealist: een tweede winkel, voornamelijk als kantoorboekhandel en bibliotheek; en een drukkerij voor huwelijkskaarten en dergelijke. Maar helaas ging het allemaal niet meer zo gemakkelijk. Misschien was het moeilijker om in die naoorlogse jaren een boekhandel in stand te houden. Misschien dat mensen hun geld liever aan andere dingen uitgaven. Misschien was Jan toch meer een idealist dan een efficiënte zakenman. Misschien was de ervaring van de oorlog zelf toch te veel voor Jan & Marianna. Te veel vrienden verloren, te veel verdriet. Het boek ‘Ik Draag U Op’ werd voor beiden hét album met herinneringen. Zoveel van hun vrienden stonden hierin. De meesten op de laatste paar bladzijden waar de dode en vermiste Apeldoorners werden herdacht.
In 1948 werd de zaak verkocht en vertrokken ze weer naar Amsterdam. Maar zij vergaten Apeldoorn nooit. Regelmatig, gewoonlijk rond 4 of 5 mei, gingen wij met de familie op bezoek. Dan hoorden wij weer de verhalen, bezochten het Kruisjesdal waar zoveel van hun vrienden werden vermoord, en wandelden door de straten en bossen. Alhoewel de ‘Van der Wal-familie’ niet meer in Apeldoorn woont, blijft het een belangrijke plaats in onze herinneringen.

Band
Jan & Marianna zijn inmiddels beiden overleden, maar de oude foto’s uit die koffer op zolder hebben hen toch weer even tot leven gebracht. Wat wij daar vonden was een jong echtpaar, vol enthousiasme, dat in 1939 een zakelijk en levensavontuur begon in een heerlijke provinciestad; een avontuur dat vreugde en leed bracht, vriendschappen die nooit werden vergeten en een band met Apeldoorn die tot hun overlijden is gebleven.

OPROEP

In dit artikel heeft u kunnen lezen dat onze vader Jan van der Wal aan het eind van de oorlog werd gearresteerd door de Duitsers. Inmiddels hebben wij wat nadere gegevens gevonden, waar naast onze vader ook een groot aantal andere Apeldoorners met naam genoemd worden.

Wij zoeken daarom contact met familieleden van Apeldoornse mannen die eind maart 1945 gevangen zaten in Kamp Amersfoort en vandaar op/rond 17 april zijn getransporteerd naar het Oranje Hotel (de strafgevangenis) in Scheveningen en die uit deze gevangenis zijn bevrijd in mei 1945.

In verband met privacy noemen wij hier niet de namen van de overige mannen. Mocht u echter een vermoeden hebben wie deze Apeldoorners geweest zouden kunnen zijn, dan verzoeken wij u vriendelijk contact op te nemen met marjavdwal@solcon.nl zodat wij dit kunnen nagaan aan de hand van de in ons bezit zijnde lijsten en eventuele andere verbanden kunnen proberen te leggen.
Hopelijk verschaft dit aan ons maar ook aan andere nabestaanden van deze gevangenen meer inzicht in wat er in 1945 in Apeldoorn is gebeurd, zodat we ook dit stukje geschiedenis van Apeldoorn kunnen vasthouden voor de generaties na ons.
Namens de familie van der Wal
Marja van der Wal
marjavdwal@solcon.nl
Tel. 033-2984048

HARFST

De daag'n worr'n alweer korter, wie goat weer op de harfst an. Ok de tied van vallende beukeneutjes, Hollandse en Amerikaanse eikels. Ik loop met mien vrouwe deur't kroondomein. Een beeld van uut mien kinderjoar'n tieds de harfst kump weer veur de geest. Een tied dat 't bos weer de gelègenheid krig zien natuurluke dood weer te starven. Dit geet gepaard met een festein van kleur'n, gèèl en rood en alles wat doar tuussen zit. Ai'j mien vroag wanneer de Veluwe op zien mooist is, dan kan dat alleen maar in de harfst wèzen. As de late noajoarszunne een bitje mèt wil warken, ku'j wat belèven. Oaver de hele Veluwe liek dan de boom'n in brand te stoan. 't Vlamt van alle kanten. 't Hèf d'r misschien niks mèt te maak'n maar vulle buutenluu schilderd hun huussies in rood en gèèl, as of zie een wilt wèzen met hun umgeving. En as dan eindeluk noa een lange tied de wind de boom'n begint te ranselen, en't bos muui is van't starven en pronken, dan dwarrelt een dèken van goud neer in de parken en slingerende bospaden. Dat was de tied um met breurtjes en zussies en buurt jongens de parken en bossen in te duuk'n op zuuk noa neutjes en eikels. Eerst de beukenneutjes, Oranjepark en Prinsenpark. twee plekken woa'j uren druk kon wèzen veur een kilo neutjes. Bie mekander harken, zeven, en alles ontdoen van ongerechtigheid en loze doppen. Een heidens karwei. En dan noa Put, zoadhandel an de zwolseweg. Altied spannend, want de man kon zo iezig droadnègelig wèzen, geliek zien Beer die achter zien huus eeuwig rondjes an't dreièn was, niet wetend welke kante hie uut wol. Droadnègelig, dat 't iedere keer weer een gok was wat de man wol geven. Maar vake ok', bie te weinig neutjes gong de boel mèt noa huus hèn, en dan op fornuus of kachelplaat èleg um ze te poffen. Altied een mooi tiedvèdrief, want die krengen, as zie heite worr'n, knappen dan lus en sprongen soms wel een meter hoog. Met de eikels gong 't heelwat makkeluker, die lèverden wie meeswtal af bie de boswachterie in't kroondomein of op Hoog Buurlo, veur drie cent de kilo. Dat was niet slecht veur ons ''blaag'n" al kon't zo maar gebeur'n dat wie, bie te vul vè`dienste, een deel inèlèverd mos worr'n bie de olders. D'r was nog steeds armoei in de gezinnen, ik heug mien niet anders, dus een extra inkomm'n was welkom. Maar zo eenvoudig as da'k 't opschrieve was't niet. Bie rustig harfstweer mos ie soms uur'n zuuk'n veur dai'j een kilo eikels bie mekander had. Maar bie een flinke nachteluke storm die de boom'n geselden um zien vruchten af te stoan, ko'j maar zo heel wat kilo's vèzamelen. De laatste bladeren van de Eik en Beuk dwaal'n umlaag zien kaalheid teunend. Ok de tamme kastange kreeg onze aandacht, die wie dan vèvolgens liet'n dreugen. Tegen de tied van de karstdaag'n gong de bast d'r dan makkeluk af. Maar um doar an te komm'n was meer lef en moed neudig dan appels jatten uut de bongerd van de buurman. Op Hoog Buurlo was zo'n plekke, een lang bospad met alleen maar boom'n vol met tamme kastanges. Met veul geweld worr'n de boom'n ègeseld. Stenen en stokken an een touw gong'n de lucht en boom'n in. Ie mossen soms wel tien keer gooien veur een kastange. De boswachter was doarin een storend element, oaverens met weinig succes. D'r was veur die kèèrls gien vange an. As wie begonn'n te gooien en smieten dan stund d'r altied ene van ons op de uutkiek veur noaderend onheil. Noe nog dik vief en zestig joar later, wi'k met mien vrouwe langs die zelfde boom'n loop'n, al stoat zie d'r niet allemoal meer, maar 't vuult nog steeds goed doar hèn te goan. Al disse belèvenissen vurmde op schole grote vèhaal,n, wat dan veur de juffrouw of meester 't sein was de kinderen uut te neudigen 't bos in te trekk'n veur paddestoelen, die dan vèvolgens in een hoek van de klas tot een 'panorame natura" neer èzet worr'n compleet met opgezette, Vos, Eekhoorn en Oele. Doar huuv'n wie nooit varre veur vot, 't Sprengenbos, Barg en Bos en't Ordenbos waar'n de leveransiers veur al die pracht. As dan ok nog 't laatste uurtje van de middag de meester of juffrouw de muuite nam ons te vètellen oaver al die mooie paddestoelen, de recycles van't bos. Oaver de schimmels die in parapluvurm paddestoelen heet, of de Heksenkring die zomaar spontaan in menig grèsveld ontsteet. Dan wis ie dai'j saam'n 't lèven vurmp in't bestoan. A'k noe de krante open sloa en lèès dat de modarne mens bereid is zien knippe te trekk'n veur een uurtje met de boswachter rond te kuieren in't bos, kolde trotseert um de Hertenbokken, op grote afstand, heur'n te keer te goan op jacht noa de Hinde, dan vroag ik mien af hep die luu allemoal in een cocon èlèèf. Al die pracht was d'r al lange veur dat de mens benul had van zien bestoan. De cyclus van de vier seizoenen giet schienbaar an de modarne mens veurbie, Hun kennis haalt zie noe uut buuksies en T.V. veurbie goand an't wonder dat in hun eigen tuin en umgeving zich manifestreert.

Bob v.d. Brink email: klik hier

De kluizenaar van Orden

Mien aandacht wordt etrokken deur een beriggie in de krante oaver luu van een hondenclub die an't achterende van de Pieter de Hooglaan en stief tegen 't waterbronpark van Vos de kruidenier uut Uchelen an eenn verwaarloosde boongoard an't opschonen bint dat vrogger toe beheurd zol hemmen an een kluizenaar Teun.
Ik probeer bie luu van de hondenclub wat meer te weten te kommen, dus goa'k maar een keer langs bie die luu as zie gangs bint met de honden.
Maar die luu kunt mien niet helpen ik stoor alleen maar. 'T giet d'r nog al langs bie de luu, grote honden maar ok kleine hundjes, en alle honden schient nog al scheit an hun baassies te hemmen. Een van die baassies rent achter zien hond an um datte niet wil luusteren, maar dan kump de man te vall'n en bie't opstoan is zien gebit spoorloos. . Dat wordt zuuk'n, Veureerst gif dat gien resultaat maar dan kump doar 't kleinste hundje; woarvan ik dag da't een Cavia was uut de struuken met 't gebit in de bek.
Maar dat verekte mormel is niet van plan zien pas vewurven nie'je gebit af te stoan, de hele club rent d'r achter an, maar deur 't hoge gres is't beessien vaak spoorloos.
Besloten wordt um Nero bouwtype politiehond met certificaat in te zetten. Nero mot ruuk'n an't gebitloze snuute, en vedulleme al rap heffe de caviahond te pakken en de man zien gedit trug.
Oaver Teun wordt in de krante niet wieter vehaald. wel dat an de oaverkante een old tante zol woon'n.
Maar zie bliekt helegaar gien old tante te wezen maar een old buurmeissien.
Zo heel veul weet zie ok niet te vetellen maar as zie wel is eieren of wat anders bie Teun mos haal'n dan was't best een aardige kerl, ie mossen Teun, en Teun oe een bitje kenn'n. Zien veschiening en bewuning nudigde oe ok niet oet um bie dent op visite te goan, loat stoan dat Teun op oe stond te wagg',n, nee dus. Hoe dat allemoal zo eloop'n is kump niet an;t daglicht, want Teun vedwient ok nog een tiedje noa Canada.
Teun wordt eboor;n op 30 Mei 1878 as derde zeun van Antonia Wentink van beroep winkelier en getrouwd met Rijntje Hartgers. Zien jeugdtied is best avontuurluk
. Amper de kunst van;t loop'n zwarft Teun deur de buurte op zuuk noa rare beessies en vehaalties oaver varre oorden. Maar zien va vindt dat maar onzin en zut liever dat 't jonk zich bezig hold met de gruunte tuin en boer'n bedoening, krek as zien breurs dat doet.
Noast de winkel giet zien va ok met de hondenkar venten in't derp en de zoaterdagmarkt is veur Teun wel intresant, want doar komp immers vremde luu die wies oogt maar vake niet bint. Soms dwaalt Teun helemoal af noa de badhuusbeke woar zien opa molennaarsknecht is op de koornmolen van Siebelink. 'T leven bied Teun niet vulle uutdagingen 't blif bie warken op't spul van zien va, afwisselend met warken bie boeren tieds hooi en oogst tied. Steeds meer kanne zo maar weg dreum'n in vot goan maar woar hen, doar heffe gien zicht op. Maar dan kumpe toch veur een ingriepende keuze te stoan as zien opa, maar ok zien va, in Julie 1886 tieds een molenbrand bieden verongelukt. 'T drama speult zich of as zien va toevallig op bezuuk is op de Hennemansmolen woar zien olde va, Teun zien opa, sinds' een tiedje warkt.. 'T is een papiermolen die steet op de Ordenbeke. Ok 't sein veur zien oldere breurs hun geluk wieterop te zuuk'n ; hun moe achter loatend met de zurgen.'T bint de vrogge joar;n van 1900 weinig wark en de veuruutzichten bint nog zwatter dan de krei'jen op de karktoor'n. Emigreren da's een nieuw woord dat rondwaard onder vulle armoeizaaiers die net zo op zuuk bint noa wark as Teun. Maar veur Teun hef't nog een andere betekenis, een kans um dat velangen watal zo lang in hum sluumert een kans te geven. Net veur Sinterkloasoavund 1906 28 joar old vetrekt Teun noa 't varre vremde land Noord Amerika. Dat dit wel is Canada zol kunn'n heet'n is Teun niet bekend, Noord Amerike klinkt mooi varre vot.
De dreum mot niet dat ebrag hemm'n wat hie d'r van vewagg'n want in December 1912 steete zomaar weer bie zien moe an de Veenweg op de stoepe. Zien moe zut een ander jonk, een andere Teun dan de Teun die kent van veur zien vot goan. Hie is stiller en meer wantrouwend noa anderen hen.
Vaak isse ok veur een tiedje vot van huus, maar dat weet zie wel dan heffe zich vehuurd op een of ander boer'n gedoe wiet vot in de streek.
Zien moe kump te oaverlie'jen asse al een tiedje weer vot is en zien breurs niet weten woarte warkt. 'T olde huus wordt ontruumt en krig een andere bewoner.
'T is 937 as de buurtbewoners opmerkzaam wordt as een dan nog vremde kerl zich een onderkomm'n bouwt van boomstammetjes, olde zinken golfplaten en vloerklee'jen en meer van die troep yegen 't waterbronpark an van Vos de kruidenier. Den kerl is Teun, uule weet wel van vrogger, van Wentink, die luu hadden vrogger hier een klein winkeltje met allerhande pruttel en gruunte. Hie zol vot ewes wezen noa Canada ze'k de luu. De olde van Buren op de Polhout. die krek zicht hef op de bedrievigheid van Teun weet te melden datn Teun zich eerst een gat graaft van een halve meter diep en doar oaver hen een tente bouwt dat vulle liekt op een indianen tente. An de proat komm'n met Teun is moeiluker dan een meikever ker'n dansen. Maar Vos de kruidenier is bie Teum ewes, 'tis allemoal maar tiedeluk, op termijn wille zich een huus bouwen. Hie mag zelfs gebruuk maak'n van't water uut de bron. 'T blif onrustig in de buurt. Alleen Vos schient goed met Teun, en Teun met Vos oaverweg te kunn'n. Teun giet stil zien gang en schaf zich een koe en wat klein vee an.Ok een tweede onderkomm'n, nog zo'n tente is kloarTeun en't vee maakt gezameluk gebruuk van 't onderkomm'n. As buurmeissien Hetty wel is eieren bie Teun haalt vindt zie die vake tussen 't stro woarop Teun slup. 'T bouwen van een huus lut nogal op zich waggen, wat Teun wel bouwt is een veurroad schuur an de oaverkante van de weg. Dat bouw'n is gien kattepis, dan moi'j wel vestand van timmeren hemm'n, en dat ol Teun hemm'n want de luu in de buurt heug zich gien hulp van andere luu. En dan de grond, zol dat eigendom wezen?. 'T gif toch weer heidens vulle proaterie'je in de buurte. Sommigen denkt te weten dat Teun wel argens een futse geld op de banke zol hemm'n stoan, woar zolle dat anders van doen?. Een joods spreekwoord vehaalt, Oordeel niet over uw noasten tot dat gij gekomen zijt op zijn plaats. Versmaad geen mens en acht geen zaak onmogelijk, want er is geen zak die zijn plaats niet heeft. Kiek dat bint ferme uutspraak'n, en de tied dut alles tot rust komm'n. Niet iedereen raakt vezoend met Teun, sommigen vindt hum zels een viezerikNiet helemoal onterecht want al haalt Teun zien water uut de bron, zich mee wassen dutte niet. Teun kump in de zeuvuntig, de joar'n begint te tellen. 't word een nog grotere troep as dat 't al was. Maar dan op zien acht en tachterste joar vindt zie hum geheel hulpeloos in't weiland. Opname in't ziekenhuus is neudzakelijk en noa een gtondige was en boenbeurte vanwege de smeer en vieze buten op zien lichaam, is de man weer enigsins teunbaar. Trug noa huus is niet meer meugeluk en Teun kump terecht in't Zonnehuus in Beekbereg woarte op 25 Sept. 1969 kump te oaverlie'jen.
Ik wil de lezer toch dit met geven. Wie zichzelf volkomen meester weet te blijven zal voortleven en wordt niet door de dood uitgewist. Hij heeft het eeuwige leven.

Bob v.d.Brink

Kort verhaal van Henk Woudenberg

Mijn jeugd in Apeldoorn

Vanuit het centrum van Apeldoorn, over de Asselsestraat naar wijk Orden, bij de wielrenbaan, de Adelaar, linksaf, kon je na 100 meter bij de Jachtlaan oversteken hiervan hield de verharde weg na 150 meter op, rechts lagen de voetbalvelden van Robur et Velocitas, een voetbalclub uit 1892.
Deze sintelweg, Orderparkweg genaamd, liep langs een leegstaande en verwaarloosde lompenfabriek.
Tot op een splitsing waaraan enkele huizen en een timmerwerkplaats van Hendrik van Buren, wiens vrouw ook een sigarenwinkel bij had, ze hadden 2 dochters en een zoon, Henkie, die ongeveer net zo oud als ik was.
In het andere gedeelte van de twee onder 1 kap woning woonde een familie Gijzen, ze hadden een zoon, Karel, en een dochter.
Naast hun huis stond het huis van de familie Cornelissen, waar buurvrouw Cornelissen altijd ziek op bed voor de ramen lag, wat ze mankeerde weet ik niet, het was voor ons kinderen niet belangrijk, het was een vast gegeven.
Wel herinner ik mij dat deze buurman werkzaam was als bosarbeider, hij bracht vaak wild mee naar huis, waaronder ook adders.
Die hij dan aan zijn schuurtje ophing en de huid eraf stroopte, we vonden het maar griezelig en wat hij er verder mee deed ben ik nooit te weten gekomen.
Naast de timmermanswerkplaats, stond een oud wit boerderijtje met een rieten dak, daar woonde een broer van hem, Jo van Buren.
Hij was getrouwd met een Rotterdamse vrouw, we noemden haar Tante Ina, ze hadden 3 kinderen, Henny, Truusje en Gerrit.
Waarvan Henny op jonge leeftijd TBC kreeg en nog jaren moest kuren, eerst vlakbij in Beekbergen maar later naar Harderwijk, waar mijn vader hem op zijn bromfiets geregeld opzocht.
Er tegenover stond op een licht oplopende heuvel een huisje met 3 puntdaken, waar een oude vrijgezel, Willem Buitenhuis in het linker huisje, en mijn ouders in het middelste en rechterdeel woonden, Orderparkweg 64.
Hier ben ik op 17 juni 1945, net een maand nadat de tweede wereldoorlog was geëindigd, ter wereld gekomen, als enig kind, mijn vader Martin Woudenberg was papiermaker bij van Gelder papier en moeder Hendrika Maassen was huisvrouw en schoolschoonmaakster aan de Professor Gunning school.
Net voor ons huis splitste zich de weg in een pad naar een heel oude boerderij de “Polhout”, en de genoemde weg naar de Jachtlaan, in de vork van de splitsing stond een huis van de familie Nijhof.
Met de zoon Bertus speelde ik veel, hij was drie jaar ouder en ik leerde dus veel van hem, hij had nog een oudere broer Dirk en twee oudere zussen, waar ik de naam van kwijt ben.

Ons huis stond in een buurtschap met weinig huizen en de weg was een oude sintelweg met veel kuilen, waar we als kinderen, tot verdriet van de moeders, graag speelden in de plassen als het geregend had.
In het huis was geen toilet, douche, stromend water of gas aansluiting, er was 1 slaapkamertje voor mijn ouders, 1 keuken annex leefruimte, waar mijn moeder op 2 petroleumstellen kookte en onze was deed, iedere maandag in een grote ketel, en een opkamertje met opklapbed waar ik sliep.
Voor het huis een pomp en een waterput voor het wassen en het besproeien van de tuin.
Naast de pomp stond een blauwe seringenboom, waar mijn moeder dol op was.
Het toilet was buitenom en een ouderwetse WC, een houten kast met een rond gat met deksel en een hartje in de deur, krantenpapier als WC papier aan een touwtje, in die schuur een kolenopslag, waar voor de winter inviel, een kolenboer zakken met cokes kwam bezorgen, een varkenshok waar een big werd opgefokt tot hij zwaar genoeg was voor de slacht en werd dan door een veewagen opgehaald, waarbij mijn moeder altijd stond te huilen, omdat ze aan het dier gehecht was geraakt.
Zelf zag ik het niet zo, maar we waren een arm gezin, als zo velen na de oorlog, heel veel steden in Nederland lagen nog in puin en alles moest weer opgebouwd worden.
Mijn moeder had een aantal potjes op de schoorsteen waarin iedere week het binnenkomende geld werd verdeeld, huur, krant, verzekeringen en een kwartje voor een abonnement op de AP, de Arbeiders Pers van het Vrije Volk, waarbij we ieder kwartaal twee nieuwe boeken kregen, 1 voor mijn moeder en een kinderboek voor mij, we waren dol op lezen.
Het Vrije Volk was de grootste krant van Nederland en een echte socialistische krant wat naadloos op mijn vaders mening aansloot, bij verkiezingen kwam er steevast een grote poster in de tuin voor het huis, en als er een van de buren een iets grotere had zorgde hij dat er een nog groter formaat kwam.
De krantenbezorger kwam iedere morgen een kopje koffie doen en inde iedere week het geld voor de krant en spaarcenten voor de boeken van de Arbeiders Pers.
De huurbaas haalde iedere week zijn geld, en de bakker kwam met zijn bakfiets langs de deur, net als de melkboer.
Ook had mijn moeder een abonnement voor mij genomen op het net verschenen blad Donald Duck, die wekelijks verscheen, ik verslond ze woord voor woord.
Wat er over bleef van de centen, was om van te leven, bij de kruidenier Vos hadden we een boekje waar de boodschappen in werden opgeschreven, en eens per week werd alles afgerekend.
In de winkel Vos werd alles nog gewogen en in bruine papieren zakken verpakt, er was nog weinig keus en inde eerste jaren waren veel artikelen op de bon wat inhield dat die artikelen alleen met de per gezin verstrekte bonnen verkrijgbaar waren.
Onder de schoorsteen stond een oude kolenkachel, met er achter een asbest plaat, wat toen nog als wondermiddel werd gezien, ik mocht er met mijn speelgoed spelen.
Op zaterdag was de baddag, in een grote teil werd je gewassen en kreeg schone kleren aan.
Achter het huis een aantal fruitbomen, waaronder wichtertjes boom, een boom met kleine blauwe pruimpjes die vreselijk wrang smaakten, en een kettinghond, een lieve Keeshond, die ik iedere dag na het eten de resten van de maaltijd als prakje moest brengen, rondom het huis een grote groentetuin met ook snijbloemen en kruisbessen, rode en witte bessenstruiken, waarvan weer jam werd gemaakt.
Er stond een oude woonwagen zonder wielen, die dienst deed als kippenhok met een kippenren er aan vast, waar ik altijd de eieren moest rapen maar ik was doodsbang voor de haan, die je altijd aanvloog.
Ieder jaar werd de groente uit de tuin ingemaakt in weckflessen, en bonen ingelegd in het zout, wat inhield een grote Keulse pot, daarin laag bonen, laag zout, laag bonen enz, op het laatst een neteldoek, plank erop en een zware steen.
De bruine bonen werden aan hun struiken te drogen gehangen om later gedopt te worden en zo als droge bonen te bewaren,
Appels van de bomen achter ons huis werden te drogen gelegd op het zoldertje en daar werd later een gerecht genaamd Hete Bliksem van gemaakt.
Ook was er een zeer oude boerderij op 100 meter van ons huis, de Polhout genaamd, met eeuwen oude beuken bomen eromheen, heerlijk om er te spelen in de bosjes rondom.
Iedere herfst mochten we daar blad komen harken en in grote zakken doen, zo verdienden we een centje bij.
Ik had een heerlijke jeugd met veel natuur in de nabije omgeving en het zwemmen leerden we in een sprengenbeek die water toevoer was voor een wasserij Meijer vlak in de buurt, en later gingen we iedere dag naar zwembad Bosbad, welke midden in de bossen lag, en ieder jaar kreeg ik een jaar abonnement voor dit zwembad zodat je er iedere heen ging om het dure abonnement eruit te halen.
Henk van Buren leende stiekem oude sigaretten uit zijn moeders winkel, sigaretten die bruine plekjes op het papier hadden en dus niet meer geschikt waren voor de verkoop, die we dan oprookten bij de oude lompenfabriek, ik weet nog hoe ziek we van die eerste sigaretten waren, je was misselijk en beroerd, maar het stond oh zo stoer.
Op vrije woensdag middagen ging ik, met een vriendje, zoon van de boswachter, na schooltijd mee naar zijn huis, een boswachter woning naast het voetbal terrein van AGOVV.
Waar we dan naar het bos gingen, waar je mocht helpen afvalhout van de gekapte bomen te verbranden, welke jongen zou dat niet willen.
Ook ging iedereen in de herfst bosbessen plukken, die je dan aan het einde van de dag verkocht aan een man die met een weegschaal op een bakfiets alles opkocht voor de prijs van die dag.
We verhuisden op mijn tiende naar een nieuwbouw complex vlak in buurt, de wijk Orden, de Johannes Vermeerlaan 8.
Een nieuwbouwhuis met een doortrek toilet, douche en een lavet waar mijn moeder onze was in kon doen, mijn opa kwam elke zaterdagmiddag met handdoek, om zich bij ons eens lekker kon douchen i.p.v. naar het badhuis te gaan.
We hadden 3 slaapkamers en voor het eerst had ik een eigen kamer, die al gauw vol hing met posters van zangeressen en filmsterren uit een weekblad Romance.
In de wijk Orden werd, waar zoals toen overal het geval was, een winkelcentrum en een nieuwbouwwijk werden gebouwd, al het groen moest ervoor wijken, ook de voetbal vereniging moest verhuizen.
Er was ook een patatzaak waar wij als kinderen erg blij mee waren en waar we als tieners veel kwamen voor een biertje.

Henk van Woudenberg

130 jaar geleden geboren

Legendarische boerendichter
Jan van Riemsdijk zong voor Wilhelmina op Het Loo

Door Freek Bomhof

Jan van Riemsdijk, de bekende Veluwse dichter en zanger, werd op 23 april 1879 in Rotterdam geboren. Hij was nog maar tien jaar toen zijn vader, een tabakshandelaar, om gezondheidsredenen naar de Veluwe trok. Jan groeide op in het boerenland en tussen het volk dat hem later zoveel stof zou opleveren voor liedjes en grappen waarmee hij duizenden mensen heeft vermaakt. Gedurende zijn jeugd heeft niemand die rol kunnen vermoeden.

Na de lagere school ging Jan studeren aan de Landbouwhogeschool in Wageningen en daarna zond zijn vader hem naar Sleeswijk-Holstein om er de nodige praktische ervaring op te doen in de kunst van het maken van boter. In 1899 keerde hij terug naar Heerde en werd eigenaar van een particuliere boterfabriek. In die dagen waren er veel van die kleinschalige bedrijven. Enige tijd hadden zij de wind in de zeilen maar toen de boerencoöperaties veld wonnen ging Jan op zoek naar een ander arbeidsterrein.

Humor
De slechte gang van zaken had geen invloed op zijn humor. Hij schreef gedichten en voordrachten en bracht het daarin zover dat zijn werk een ware ontdekking werd. Toenmalige landelijk bekende kunstenaars moedigden Van Riemsdijk aan om zich verder in de kleinkunst te bekwamen. Hij verzorgde steeds meer optredens in het land. Zijn ariestencarriére was begonnen en werd uiteindelijk een groot succes. Hij werd begeleid door een pianist en later, toen zijn kinderen gingen studeren, werd de muzikale begeleiding verzorgd door zijn vrouw.
Na haar vroege overlijden in 1935 trouwde Jan voor de tweede keer. Met deze vrouw zong hij vaak samen en zij werden daarbij dikwijls muzikaal ondersteund door hun zoon Romboud die ook vaak de muziek schreef bij Jan’s teksten.
Twee keer werd Jan uitgenodigd op Het Loo om voor koningin Wilhelmina en prins Hendrik op te treden.Eén keer was dat op 26 september 1923 bij het zilveren regeringsjubileum van Wilhelmina. Hij had voor deze gelegenheid speciaal een lied geschreven dat hij noemde: ‘De Veluwsche Filsetoatsie’.
Van Riemsdijk maakt ook een tournee door het toenmalige Nederlands Indië en is zelfs naar Amerika geweest. Zijn optredens in het land in verschillende grote zalen waren altijd uitverkocht. In de regio trad hij verschillende keren op in Tivoli aan de Nieuwstraat in Apeldoorn.

Tivoli
Op de radio was hij ook een veel gevraagde artiest. Hij zong onder anderen in het zeer populaire programma ‘De Bonte Dinsdagavond Trein’ van de AVRO. Een topuitzending in de tijd dat er nog geen televisie was. Wie echt van zijn humor wilde genieten moest hem in werkelijkheid zien. Hij had een voortreffelijke mimiek. Een bekende uitspraak van hem was: Wat is kuns? Kuns is iets wa’j niet kent, want a’j het kent is het geen kuns meer’
Enkele liedjes waarmee hij bekendheid genoot waren: De olde scheeper, Karmeslied, De lepe Hannes, De trekhond, Vrouwenkiesrecht en Bloote arms. Dat laatste nummer gaat over een juffrouw van de christelijke school in Oene die te bloot gekleed was. Dat was toen zelfs groot nieuws voor de landelijke kranten.
Van Riemsdijk bleef optreden tot kort voor zijn plotselinge dood op 18 oktober 1954. De bekende Cannenburgher Boerendansers uit Vaassen maken nog wel eens gebruik van het repertoire van deze legendarische artiest.
Dit is het lied dat hij in 1923 zong op het paleis ter ere van Wilhelmina:

Goeienmargen Koninginne
Van harte ok gefilceteerd.
Met de vief en twintig joaren
Die ie ons heb geregeerd.
Weet ie nog de Kroningsfeesten?
Toen was ’t Volk bes te pas.
Foi, wat vlug die tied toch umme,
’t Is of ’t gisteren nog was.

In die vief en twintig joaren
He’j altied oe plich é doan.
Zelfs in de oorlogsjoaren
Is ’t met Holland bes é goan.
Met een duutscher béj goan trouwen,
Van Meklen….Sweerin…Of zoo?
’t Is veur ons zoo vremde name,
Hier heet ie: Hendrik van ’t Loo.

Toen kwamp Hollandsch Juliaantje
Toen is ook groot fees é wes.
‘k Heur de buurvrouwe nog roep’n:
’t Is geen Prins moar een Prinses!
En al was het ok een deerne,
En al was het ook geen man?
Van heur moeder kan ze leer”n
Dat een vrou regeeren kan!

En noe beste Koninginne,
Met de pette in de hand,
Wensch ik oe nog heel veul joaren
Op de troon van Nederland.
Ie zult mien misschien niet kennen/
En mien vrouwe ok al niet?
Ik bin Jan, de dichter-zangerVan Veluwsch boerenlied.

Dorus de Bananenkoning

Th. Hebing
Th. Hebing Dorus "De bananenkoning". Hier ongeveer 60 jaar.

65 jaar geleden stond het navolgende bericht in de Apeldoornse Courant.

TH. HEBING

Hier ter plaatse is overleden op 62-jarigen leeftijd Th. Hebing, bij zijn collega’s op de markt beter bekend als “Dorus” en bij het marktbezoekend publiek bekend als de man van de bananen.
Hebing kon op aangename wijze het publiek bezighouden, waarbij hij tevens goed zijn zaken behartigde.
Met hem is een typische marktkoopman heengegaan.

Wie was deze man?
Dorus (Theodorus Bernardus Hebing), - geb: 09-09-1880 - was een groenten-kweker en marktkoopman te Velp. Zijn voorkeur ging uit naar de markt. De kwekerij was hem te veel.
Hij vestigde zich op 9-01-1925 met zijn gezin in een winkelpand met pakhuizen in de Mariastraat 25 te Apeldoorn.
Op 09-08-1929 verhuisde hij naar de Osseveldweg 30. Een vrijstaand woonhuis met pakhuisruimte.
Zoon Gerrit bleef met zijn echtgenote (Maria Jacobs) achter in de Mariastraat.
Vervolgens verhuisde hij op 17-01-1938 naar de 1e Wormenseweg 116, waar hij een winkel in Groenten, Fruit en Aardappelen begon.
Zoon Bertus bleef met zijn echtgenote (Stien Grit) achter in de Osseveldweg.
Tenslotte verhuisde hij op 04-02-1939 naar een woonhuis aan de Arnhemseweg no. 3.
Zoon Daan bleef met zijn echtgenote (Annie Kool) achter aan de 1e Wormenseweg.

Uit bovenstaande kun je opmaken, dat hij er voor zorgde dat zijn kinderen goed terecht kwamen. De naam Hebing is vele jaren verbonden gebleven aan groenten en fruithandelaren in Apeldoorn.

Zelf legde hij zich uitsluitend toe op de markten in Apeldoorn en wijde omgeving.
Hij was een gezien man bij zijn klanten.
Daar maakte hij wel eens misbruik van, zo gaat het verhaal, dat toen hij terug kwam van de markt in Deventer, hij gewoonte-getrouw aanging bij een boerenfamilie in Twello. De familie zat aan tafel, bij geopende ramen en stond op, om hem aan de achterdeur te ontvangen.

Dorus liep echter snel naar het geopende raam, stapte naar binnen en at een op een bord liggende kotelet op.
De boer en boerin kwamen, onverrichter zake terug in de huiskamer en zagen hem daar, vergenoegd smullen.
Ze zullen best boos zijn geweest, maar Dorus kon bij hen geen kwaad doen.

Voor de tweede wereldoorlog trad hij op gezette tijden op als standwerker met bananen. Hij deed dat op een zodanige wijze, dat hem dat de bijnaam als “Dorus, de bananenkoning” opleverde.

Groot was dan ook de verslagenheid onder de collega’s en de vele klanten toen zij van zijn overlijden op 9 maart 1943 vernamen.

Navrante bijzonderheid is nog, dat op de betreffende dag, zoon Daan, met zijn bakfiets, snel de Mariastraat in reed, om bij zijn broer wat handel op te halen. Hij reed toen bijna over iemand heen, die op straat lag. Tot zijn grote schrik bleek dat zijn vader te zijn.

Zutphen, maart 2008.
Th.B. Hebing.
(kleinzoon)

“Dorus” de man van de bananen
“Dorus” de man van de bananen Th. Hebing in actie op de markt.
Zelfde foto, maar andere uitsnede. Archief: Peter Evers.